Skip to content
Filter icon Filter

Hoe zorg je ervoor dat de ecologische voetafdruk van je voedingspatroon zo klein mogelijk blijft? Veel mensen kiezen ervoor om minder (of zelfs helemaal geen) dierlijke producten te eten om zo hun ecologische voetafdruk te verkleinen. Daarom schreven wij eerder al een blog over hoe je op een gezonde manier een plantaardig dieet volgt. Maar is het wel zo simpel? Kan je door dierlijke producten te vermijden automatisch je impact op het klimaat verkleinen? Wij overlopen het even!

Ecologische voordelen van een plantaardig dieet

De volledige voedselindustrie is verantwoordelijk voor maar liefst een derde van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen. Daar zit veeteelt voor een groot deel tussen. Er wordt geschat dat de uitstoot van de voedselindustrie met 70 procent zou dalen tegen 2050 als we dierlijke producten links zouden laten liggen. Hoe komt dat juist?

Om het heel simpel te stellen: de productie van plantaardig voedsel verbruikt minder grondstoffen dan dierlijke producten. Daarbij gaat het niet alleen over de vleesindustrie. Om een glas koemelk te produceren is ongeveer 120 liter water nodig. Terwijl een glas sojamelk minder dan 10 liter nodig heeft.

Dierlijke landbouw brengt ook heel wat extra plantaardige landbouw met zich mee. Er moet immers ook voedsel voor de dieren geproduceerd worden. Meer dan een derde van de gewassen die we vandaag groeien zijn bestemd als voedsel voor in de veeteelt. Voor elke 100 caloriën die we een dier voederen, krijgen we er maar 40 terug. Dat is een flink nettoverlies.

Het Één-programma Factcheckers vertrok van dat principe om hun eigen onderzoek te doen. Zij ontdekten dat kippen die witte eieren leggen onder andere minder voedsel nodig hebben. Als we in plaats van bruine eieren allemaal witte eieren zouden eten kunnen we in België alleen al 14 miljoen kg kippenvoer besparen per jaar!

Er is dus veel meer land nodig om dierlijke producten te produceren. Dat gaat zowel over de weilanden als over de landbouw die nodig is om het voedsel te produceren. Onderzoek heeft uitgewezen dat we maar liefst 75 procent minder landbouwgrond nodig zouden hebben als we geen vlees of zuivel meer zouden gebruiken.

Omdat veeteelt zoveel land nodig heeft is het, direct en indirect, een van de grootste aanleidingen tot ontbossing. Niet alleen worden bossen geruimd om plaats te maken voor weilanden waarop dieren kunnen grazen. De tweede grootste landbouwkundige reden tot ontbossing is het aanplanten van soja. Dat gewas wordt voornamelijk aangepland als voedsel voor de vleesindustrie. Slechts 6 procent van de wereldwijde sojaproductie is bestemd voor menselijke consumptie.

De slechte reputatie die sojaplantages dus genieten, zijn niet te danken aan menselijke consumptie. Je kan nog steeds genieten van een Aziatische roerbakschotel vol sojascheuten, zonder je daar schuldig over te voelen!

Het spreekt voor zich dat die ontbossing ook bijdraagt tot een verlies aan biodiversiteit. Niet alleen verarmt de grond, de natuurlijke habitat van steeds meer dieren wordt kleiner en kleiner gemaakt door de nood aan nieuwe landbouwgrond. Maar ook overbevissing in de oceanen brengt de ecosystemen in onze zeeën flink in de war. Daarnaast wordt er op veel plaatsen ook op wilde dieren gejaagd om het vee te beschermen. Een actueel voorbeeld daarvan is de woede van veel boeren die de laatste maanden ontstaat door de aanwezigheid van wolven die opnieuw naar België komen.

Ten slotte worden er bij de productie van dierlijke producten meer broeikasgassen uitgestoten. Daarbij gaat het om methaan dat door de dieren zelf wordt uitgestoten, distikstofmonoxide – een erg sterk broeikasgas – dat in veel meststof en kunstmest zit en natuurlijk CO2. Voor dierlijke landbouw wordt ongeveer acht keer zoveel fossiele brandstof verbrand dan in plantaardige landbouw. Daarbij wordt natuurlijk ook de productie van het dierenvoedsel gerekend, het transport, de boerderijkosten, enz.

Ecologische valkuilen

Over het algemeen geldt dus de regel dat plantaardige producten tot een kleinere ecologische voetafdruk leiden. Maar zo zwart-wit is het natuurlijk niet. Zo is er de anekdote van twee Italiaanse veganisten die een veel grotere ecologische impact bleken te hebben dan de gemiddelde vleeseter. Dat kwam doordat ze bijna enkel fruit aten dat van de andere kant van de planeet kwam.

Plantaardig voedsel dat met een vliegtuig van de andere kant van de planeet komt, kan snel voor meer uitstoot zorgen dan bijvoorbeeld lokaal kippenvlees. Als je je impact op het milieu wil verkleinen, is het dus altijd een aanrader om lokaal te kopen. Daarbij hou je best rekening met de seizoenen waarin bepaalde groenten in onze streken kunnen groeien. Raadpleeg een seizoenskalender of lees de blog die wij erover schreven! Als een stuk fruit niet in seizoen is, komt het meestal van de andere kant van de planeet, of uit grote serres die ook veel energie vragen.

Je hoeft daarbij dus eigenlijk je eetgewoonten nauwelijks aan te passen om ecologischer te leven. Door slim te kiezen tijdens welk seizoen je welke groenten eet kan je ook al besparen op de uitstoot van heel wat broeikasgassen. Zo zijn bijvoorbeeld spruitjes de komende maanden nog volop in seizoen. Perfect om eens die Vegareepjes met tomaatjes, spruitjes en rijst uit te proberen!

Er zijn ook groenten die simpelweg bijzondeer veel water nodig hebben om geteeld te worden. Avocadobomen komen bijvoorbeeld uit regenwoudklimaten en hebben dus erg kleine wortels waardoor ze bijzonder veel water nodig hebben om te kunnen groeien. Voor een kilo avocado’s heb je zo al snel meer dan 800 liter water nodig. Dat betekent niet meteen dat je nooit nog mag genieten van een Quinoasalade met avocado, maar wissel je avocado af met inheemse groenten!

Paddenstoelenboerderijen zijn ook vaak erg energieintensief omdat die afgesloten ruimtes erg warm gehouden worden. Ook cacao en andere noten die aan bomen groeien zijn doorgaans erg waterintensief en moeten vaak ver getransporteerd worden.

Conclusie

Er zijn veel verschillende manieren om je ecologische impact te verkleinen door verstandig te kiezen wat je eet. Een paar dagen in de week je dierlijke producten vervangen door plantaardige producten kan daarbij al een grote impact hebben. Zo kan je altijd beginnen met één dag per week geen vlees of zuivel meer te eten. Maar ook rekening houden met het lokale aspect van je eten is belangrijk. Hoe minder ver je voedsel moet reizen, hoe beter. Ten slotte kan je vaak ook een ecologischer alternatief van hetzelfde voedsel vinden, zoals witte eieren tegenover bruine eieren. Het zal meteen een impact op je uitstoot hebben.

Blijf altijd op de hoogte

Elke maand nieuwe recepten, tips én kortingen ontvangen.